-
Verben konjugieren - mit Coniuno spielend leicht gelernt
Verben konjugieren - mit Coniuno spielend leicht gelernt
Verben konjugieren mit Coniuno
Verben konjugieren in Deutsch, Niederländisch, Englisch, Französisch, Italienisch, Spanisch, Portugiesisch und Latein
Verben konjugieren in Deutsch, Niederländisch, Englisch, Französisch, Italienisch, Spanisch, Portugiesisch und Latein
-

  Coniuno, Verbtabelle Niederländisch

  Allgemeine Informationen
  Regelmäßige Verben
  Verb-Unregelmäßigkeiten
  Unregelmäßige Verben
  Anhang
11
-
'vallen', Gruppe VII ([v]-ie-[v]), Regel VII, Beispielverb

Verbunregelmäßigkeiten, Übersicht


Konjugation:Regel VII: starke Verben der Form "[v]-ie-[v] (#7)"
 
Anwendung:-der Verbstamm des Verbs endet auf einen Vokal "[v]", gefolgt von einem Konsonanten (oder Doppel-Konsonanten). Hier "vallen" => "v-a-ll-en".
-Verben, die diesem Muster folgen, werden von Coniuno nur als Verben der Gruppe 7 erkannt, wenn sie in die Liste der "starken Verben" aufgeführt sind. Eine automatische Erkennung erfolgt hier nicht, da dieses Erkennungsmuster auf fast alle niederländischen Verben zutrifft.
-im OVT (Präteritum) wird der Vokal durch "ie" ersetzt, das Voltooid Deelwoord (Partizip II) behält den ursprünglichen, abschließenden Vokal "[v]" des Verbstamms bei.
-Für das Beispielverb "vallen" kommt zusätzlich die Regel (cc-c) zur Anwendung.
Andere Verben, die diesem Muster entsprechen, sind "slapen", "lopen" und "roepen".
-Starke Verben, bei denen das Voltooid Deelwoord mit einem abweichenden Vokal gebildet wird, z.B. "helpen, hielp, geholpen", werden nach den Regeln für andere starke Verben gebildet.
 
Beispielverb:starkes Verb vallen (viel, gevallen)
Indicatief

OTT / Präsens
ik val
jij valt
hij valt
wij vallen
jullie vallen
zij vallen
OVT / Präteritum
ik viel
jij viel
hij viel
wij vielen
jullie vielen
zij vielen
OTTT / Futur I
ik zal vallen
jij zult vallen
hij zal vallen
wij zullen vallen
jullie zullen vallen
zij zullen vallen
VTT / Perfekt
ik ben gevallen
jij bent gevallen
hij is gevallen
wij zijn gevallen
jullie zijn gevallen
zij zijn gevallen
VVT / Plusquamperfekt
ik was gevallen
jij was gevallen
hij was gevallen
wij waren gevallen
jullie waren gevallen
zij waren gevallen
VTTT / Futur II
ik zal gevallen zijn
jij zult gevallen zijn
hij zal gevallen zijn
wij zullen gevallen zijn
jullie zullen gevallen zijn
zij zullen gevallen zijn
Conditionalis

OVTT / Konditional I
ik zou vallen
jij zou vallen
hij zou vallen
wij zouden vallen
jullie zouden vallen
zij zouden vallen
VVTT / Konditional II
ik zou gevallen zijn
jij zou gevallen zijn
hij zou gevallen zijn
wij zouden gevallen zijn
jullie zouden gevallen zijn
zij zouden gevallen zijn
Imperatief

val / valt u
Deelwoord / Partizip

Onvoltooid / Partizip I
vallend
Voltooid / Partizip II
gevallen
Zelfstandig naamwoord

het vallen


Support:
Webmaster:
support@coniuno.de
webmaster@coniuno.de
Copyright © Helmut Bischoff 2005-2018. All rights reserved
 
Copyright H.Bischoff 2005-2018. All rights reserved