-
Verben konjugieren - mit Coniuno spielend leicht gelernt
Verben konjugieren - mit Coniuno spielend leicht gelernt
Verben konjugieren mit Coniuno
Verben konjugieren in Deutsch, Niederländisch, Englisch, Französisch, Italienisch, Spanisch, Portugiesisch und Latein
Verben konjugieren in Deutsch, Niederländisch, Englisch, Französisch, Italienisch, Spanisch, Portugiesisch und Latein
-

  Coniuno, Verbtabelle Niederländisch

  Allgemeine Informationen
  Regelmäßige Verben
  Verb-Unregelmäßigkeiten
  Unregelmäßige Verben
  Anhang
21
-
'zwemmen' (starkes Verb), (cc-c), Regel XIV, Beispielverb

Verbunregelmäßigkeiten, Übersicht


Konjugation:Regel XIV: "(cc-c)" Vermeidung von Konsonanten-Dopplung (starkes Beispielverb "zwemmen")
 
Anwendung:-Diese Regel gilt für Verben, deren Verbstamm auf einen doppelten, identischen Konsonant endet, z.B. "mm" bei "zwemmen".
-Für schwache Verben:
In den Singular Formen des OTT (Präsens), allen Formen des OVT (Präteritum), beim Voltooid Deelwoord sowie beim Imperatief, wird der doppelte Konsonant durch einen einfachen Konsonanten ersetzt, also z.B. "jij stilt", nicht "jij stillt".
-Für starke Verben:
Hier gilt dies ebenfalls für die Singular Formen des OTT (Präsens), sowie den Imperatief. Für den OVT (Präteritum) gilt es hingegen nur für die Singular Formen (z.B. "zwemmen" => "jij zwom" aber "jullie zwommen"). Für das Voltooid Deelwoord gilt es nicht (z.B. "gezwommen", nicht "gezwomen")
 
Beispielverb:starkes Verb zwemmen und schwaches Verb stillen
Indicatief

OTT / Präsens
ik zwem
jij zwemt
hij zwemt
wij zwemmen
jullie zwemmen
zij zwemmen
OVT / Präteritum
ik zwom
jij zwom
hij zwom
wij zwommen
jullie zwommen
zij zwommen
OTTT / Futur I
ik zal zwemmen
jij zult zwemmen
hij zal zwemmen
wij zullen zwemmen
jullie zullen zwemmen
zij zullen zwemmen
VTT / Perfekt
ik heb gezwommen
jij hebt gezwommen
hij heeft gezwommen
wij hebben gezwommen
jullie hebben gezwommen
zij hebben gezwommen
VVT / Plusquamperfekt
ik had gezwommen
jij had gezwommen
hij had gezwommen
wij hadden gezwommen
jullie hadden gezwommen
zij hadden gezwommen
VTTT / Futur II
ik zal gezwommen hebben
jij zult gezwommen hebben
hij zal gezwommen hebben
wij zullen gezwommen hebben
jullie zullen gezwommen hebben
zij zullen gezwommen hebben
Conditionalis

OVTT / Konditional I
ik zou zwemmen
jij zou zwemmen
hij zou zwemmen
wij zouden zwemmen
jullie zouden zwemmen
zij zouden zwemmen
VVTT / Konditional II
ik zou gezwommen hebben
jij zou gezwommen hebben
hij zou gezwommen hebben
wij zouden gezwommen hebben
jullie zouden gezwommen hebben
zij zouden gezwommen hebben
Imperatief

zwem / zwemt u
Deelwoord / Partizip

Onvoltooid / Partizip I
zwemmend
Voltooid / Partizip II
gezwommen
Zelfstandig naamwoord

het zwemmen


Support:
Webmaster:
support@coniuno.de
webmaster@coniuno.de
Copyright © Helmut Bischoff 2005-2018. All rights reserved
 
Copyright H.Bischoff 2005-2018. All rights reserved